LET OP: Het programma Wetenschaps-, Technologie- & Innovatie-Indicatoren van OCW is per 1 januari 2015 opgehouden te bestaan. Deze website wordt daarom niet meer geüpdatet. 

Om internationaal de R&D-investeringen te vergelijken, wordt er gekeken naar R&D-intensiteit. Oftewel: de R&D-uitgaven als percentage van het BBP (Bruto Binnenlands Product). Rekenen in percentages BBP is een manier om op een eerlijkere wijze grote en kleine landen met elkaar te vergelijken dan in absolute bedragen.

Op deze pagina is de R&D-intensiteit afgezet tegen de groei in R&D-uitgaven. Op deze manier wordt duidelijk of een land relatief veel/weinig R&D-investeringen doet en of het land in de afgelopen jaren meer of minder in R&D is gaan investeren. In de afbeeldingen geven de stippellijnen het gemiddelde van de opgenomen landen weer. De blauwe bol representeert de huidige positie van een land, het grijze blokje de uitgangspositie. De lengte van de lijn geeft dan de omvang van de groei.

De rechter figuur geeft inzicht in de totale R&D-investeringen. De opvolgende figuren lateneenzelfde soort figuur zien, maar dan enkel gericht op investeringen van een specifieke sector, zoals de publieke sector, de private sector, publieke onderzoeksinstellingen, en hoger onderwijsinstellingen.

Groei in R&D-uitgaven en percentage R&D-uitgaven van het Bruto Binnenlands Product (BBP) - referentielanden tegenover elkaar uitgezet
Bron: OESO. Bewerking Dialogic.

- OESO>Main Science and Technology Indicators. R&D intensiteit = GERD as a percentage of GDP (2012), Groei reële R&D-uitgaven = GERD as a percentage of GDP (jaarlijkse groei 2012 t.o.v. gemiddelde 2004-2006 [=7 jaar]).
- Referentiejaar is 2012, behalve voor Zwitserland (2008) (jaarlijkse groei 2008 t.o.v. gemiddelde 2004-2006 [=3 jaar]) en Australië (2010) (jaarlijkse groei 2010 t.o.v. gemiddelde 2004-2006 [=5 jaar]).
- De stippellijnen geven het gemiddelde van de opgenomen landen weer.
- De blauwe bol geeft de huidige positie weer, het grijze blokje de uitgangspositie. De lengte van de lijn geeft dan de sterkte van de groei.
- GEM geeft het OESO-gemiddelde weer.

Groei in R&D-uitgaven van de publieke sector en percentage R&D-uitgaven van de publieke sector van het Bruto Binnenlands Product (BBP) - referentielanden tegenover elkaar uitgezet
Bron: OESO. Bewerking Dialogic.

- OESO>Main Science and Technology Indicators. R&D-intensiteit = GOVERD as a percentage of GDP + HERD as percentage of GDP (2012), Groei reële R&D uitgaven = GOVERD as a percentage of GDP + HERD as percentage of GDP (jaarlijkse groei 2012 t.o.v. gemiddelde 2004-2006 [=7 jaar]).
- De R&D uitgaven van de publieke sector bestaan dus in dit figuur uit R&D-uitgaven van de Overheid plus de R&D-uitgaven van het Hoger Onderwijs
- Referentiejaar is 2012, behalve voor Australië (2010) (jaarlijkse groei 2010 t.o.v. gemiddelde 2004-2006 [=5 jaar]) en Korea, Japan (2011) (jaarlijkse groei 2011 t.o.v. gemiddelde 2004-2006 = 6 jaar).
- De stippellijnen geven het gemiddelde van de opgenomen landen weer.
- De blauwe bol geeft de huidige positie weer, het grijze blokje de uitgangspositie. De lengte van de lijn geeft dan de omvang van de groei.
- GEM geeft het OESO-gemiddelde weer.

Groei in R&D-uitgaven van HO-instellingen en percentage R&D-uitgaven van HO-instellingen van het Bruto Binnenlands Product (BBP) - referentielanden tegenover elkaar uitgezet
Bron: OESO. Bewerking Dialogic.

- OESO>Main Science and Technology Indicators. R&D-intensiteit = HERD as percentage of GDP (2012), Groei reële R&D-uitgaven = HERD as percentage of GDP (jaarlijkse groei 2012 t.o.v. gemiddelde 2004-2006 [=7 jaar]).
- Referentiejaar is 2012, behalve voor Australië (2010) (jaarlijkse groei 2010 t.o.v. gemiddelde 2004-2006 [=5 jaar]) en Korea, Japan (2011) (jaarlijkse groei 2011 t.o.v. gemiddelde 2004-2006 [=6 jaar]).
- De stippellijnen geven het gemiddelde van de opgenomen landen weer.
- GEM geeft het OESO-gemiddelde weer.
- De blauwe bol geeft de huidige positie weer, het grijze blokje de uitgangspositie. De lengte van de lijn geeft dan de omvang van de groei.

Groei in R&D-uitgaven van publieke onderzoeksinstellingen en percentage R&D-uitgaven van publieke onderzoeksinstellingen van het Bruto Binnenlands Product (BBP) - referentielanden tegenover elkaar uitgezet
Bron: OESO. Bewerking Dialogic.

- OESO>Main Science and Technology Indicators. R&D-intensiteit = GOVERD as percentage of GDP (2012), Groei reële R&D-uitgaven = GOVERD as percentage of GDP (jaarlijkse groei 2012 t.o.v. gemiddelde 2004-2006 [=7 jaar]).
- Referentiejaar is 2012, behalve voor Australië, Korea, Japan (2011) (jaarlijkse groei 2011 t.o.v. gemiddelde 2004-2006 [=6 jaar]).
- De stippellijnen geven het gemiddelde van de opgenomen landen weer.
- GEM geeft het OESO-gemiddelde weer.
- De blauwe bol geeft de huidige positie weer, het grijze blokje de uitgangspositie. De lengte van de lijn geeft dan de omvang van de groei.

Groei in R&D-uitgaven van de private sector en percentage R&D-uitgaven van de private sector van het Bruto Binnenlands Product (BBP) - referentielanden tegenover elkaar uitgezet
Bron: OESO. Bewerking Dialogic.

- OESO>Main Science and Technology Indicators. R&D-intensiteit = BERD as a percentage of GDP (2012), Groei reële R&D uitgaven = BERD as a percentage of GDP (jaarlijkse groei 2012 t.o.v. gemiddelde 2004-2006 [=7 jaar]).
- Referentiejaar is 2012, behalve voor Australië, Korea, Japan (2011) (jaarlijkse groei 2011 t.o.v. gemiddelde 2004-2006 [=6 jaar]).
- De stippellijnen geven het gemiddelde van de opgenomen landen weer.
- De blauwe bol geeft de huidige positie weer, het grijze blokje de uitgangspositie. De lengte van de lijn geeft dan de omvang van de groei.
- GEM geeft het OESO-gemiddelde weer.